Achter de schermen
Van regels naar oprechte aandacht
Gepubliceerd op
Uitvaarten komen gelukkig niet al te vaak op ons pad. Voor sommige mensen is het echter dagelijks werk, en dat doen ze met veel toewijding. Wie zijn zij? Waar bestaat hun werk uit? En hoe is het werk in de loop der tijd veranderd? We vroegen het aan twee uitvaartverzorgers uit verschillende generaties: Toos van Oosterbosch en Alexander van der Vlies.
Uitvaartverzorger is het mooiste beroep dat er is, zeggen ze allebei zonder aarzeling. Toch verschilt hun start enorm. Toos begon in 1998 als zelfstandige in een mannenwereld, met relatief veel kerkelijke uitvaarten, waar het nog wennen was aan vrouwelijke uitvaartleiders. Alexander startte in 2024, in een vak dat draait om persoonlijke aandacht en waarin juist veel vrouwen werken. Sinds respectievelijk 2000 en 2025 zijn ze in dienst bij De Laatste Eer. Toos als eerste vrouwelijke uitvaartleider.
Wat houdt jullie vak in?
“Een uitvaartverzorger is de spin in het web”, vertelt Alexander. “Wij regelen alles van overlijden tot nazorg, zodat de nabestaanden zich kunnen richten op het nemen van afscheid. We hebben contact met verzorging, chauffeurs, begraafplaats, drukkerij, dragers, bloemist en soms zelfs de kistenmaker. Je loopt een week lang met een familie mee, terwijl je de regie houdt.”
Wat is het grootste verschil tussen vroeger en nu?
“Toen ik begon, waren uitvaarten strak en sober”, zegt Toos. “Met vaste structuren en veel religie en er was minder ruimte voor emoties. Met de komst van vrouwen kwam er meer tijd voor gesprekken en ruimte om het anders te doen”, vertelt ze. Het afscheid werd steeds persoonlijker, met aandacht voor wie iemand echt was. “Denk aan eigen muziek en verhalen – tegenwoordig ook powerpointpresentaties – en wensen in allerlei vormen. Ook is er een verschuiving gekomen in de kerkelijke uitvaarten. In plaats van alleen in de kerk, begeleiden dominees of priesters nu ook diensten in onze aula’s.”
Het is niet meer hoe het hoort, maar hoe het past
Hoe uit dat persoonlijke zich in de huidige praktijk?
“We denken veel meer met de families mee om aan hun wensen gehoor te geven”, gaat Toos verder. “Zo hebben we in deze tijd te maken met samengestelde gezinnen en met de vragen die daaruit voortkomen. Hoe zet je die families op de kaart? Soms kunnen ze niet met elkaar door een deur. Dan kan een extra bezoekmoment de oplossing zijn.”
Alexander: “Voor mij was het persoonlijke meteen al vanzelfsprekend. Het is niet meer hoe het hoort, maar hoe het past.” In deze functie ben je tegelijk organisator, adviseur en vertrouwenspersoon, vertelt hij. “Je bespreekt alles tot in detail en let op kleine aanwijzingen over iemands leven. Ik vertaal die naar het afscheid. We hadden eens een samenzijn in een café en aten appeltaart, alsof mensen op bezoek waren bij hun dierbare. En ik liet een keer speelkaarten maken waarop gasten een boodschap konden schrijven; de overledene hield van het casino. Het is meevoelen zonder mee te lijden. Dat is essentieel in dit werk.”
Wanneer zit jullie werk erop?
“Op de dag van de uitvaart zelf staat alles in het teken van controle. Je checkt de muziek, de foto’s en de formulieren. Je ziet en hoort alles en stuurt bij waar nodig”, vertelt Toos. “Pas tijdens de dienst kan je dat loslaten en heb je volledige aandacht voor de verhalen. Het mooie is: die laten je zien dat je de kern hebt geraakt.” “Tot dat moment zit je in de regelmodus”, vult Alexander aan. “Het moet goed; je kunt het maar één keer doen.”
Toos: “Het contact met de familie stopt niet meteen na de uitvaart. In de weken erna is er nog contact over de asbestemming, de steen en de dankbetuiging. Na een paar maanden sturen we een kaartje.” “Je loopt een stukje met mensen mee op een van de moeilijkste momenten in hun leven”, zegt Alexander. Dat maakt het werk intens, maar ook bijzonder, vertellen ze eensgezind. “Het werk zit er voor ons op als de familie na een aantal weken aangeeft dat het afscheid precies was zoals hun dierbare in het leven stond.”
TEKST MONIQUE LINNEMANN - FOTOGRAFIE STUDIO OOSTRUM